De Lindenhof te Leiderdorp:


Op de Achthovenerweg 7 staat De Lindenhof, tot 2008 eigendom van Jan Dirk van Leeuwen en Elly Pieternella Jansen. Zijn ouders Pieter van Leeuwen en Cornelia Roest (zij kwam van Aghthoven) hadden De Lindenhof overgenomen van Jan Dirk van 't Riet, wiens familie sinds de achttiende eeuw in Leiderdorp woonde. Van 't Riets overgrootvader Dirk pachtte in 1812 als eerste Van 't Riet de 'Huismans wooning bestaande in Huisinge, beestenstal, zomerhuis, karnmolen, hooiberg, schuur, en verder getimmerte genaamd ’Lindenhof'. De bijbehorende ruim 22 ha. Grote wei-en hooilanden lagen in de Achthovenerpolder, de Bospolder en ‘ het Poldertje’ te Zoeterwoude.
Aan pachtheer Hendrik Pieter van Kaathoven moest van 't Riet behalve de jaarlijkse huur van fl. 900,- (of 1890 francs, want de overeenkomst werd in de Franse tijd gesloten ) een toepacht van 'een vierendeel boter en een komijnde kaas' voldoen.

De huur werd aangegaan voor vijf jaar en telkens verlengd. Zoon Jan pachtte sinds 1860 ook land bij in de Munnikkenpolder dat ik de familie bleef tot het een eeuw later door de landeigenaar aan de gemeente werd verkocht voor woningbouw.

De Lindenhof kan wel wat worden vergeleken met Aghthoven. Het bakstenen vooruitgeschoven voorhuis met een kroonlijst en een schilddak is in feite een herenhuisachtig gebouw, waaronder over de volle breedte een gepleisterde kelder doorloopt. De kelder moet vroeg gebouwd zijn, misschien al in de vijftiende of zestiende eeuw. Deze heeft twee kruisgewelven en in de wand aan de voorkant zitten twee gotische nisjes met een puntboog., waarin men een lichtje kon neerzetten. Langs de muren zijn stenen bakken gemetseld om de kaas in te pekelen. Bijzonder is ook de zolderverdieping boven de opkamer. Het dak wordt gedragen door een houten kapgebint met kromme stijlen die een serie spitsbogen vormen. Het voorhuis gaat aan de achterkant over in een zomerhuis. Dat is weer verbonden met het witgepleisterde boerderijgedeelte uit de achttiende eeuw met voerdeelstal. Een gang tussen boerderij en zomerhuis geeft toegang tot de kelder onder het herenhuis. Tussen stal en woonkamer bevindt zich het achterhuis met een woonkeuken en een pompstraat met twee koelbakken. De woonkeuken is tegenwoordig verbouwd tot een bibliotheek. In de laatste zit een klein raampje. Zo kon de boer vroeger een oogje in 't zeil houden op zijn gestalde koeien (toen was de afscheiding tussen werkstraat en stal er nog niet).